Terug tandheelkunde
ZIEKTE IS MEETBAAR
 aan dit artikel wordt nog gewerkt
Krankheit ist messbar Dr. Med. Ingrid Fonk

1. Tandheelkundige materialen


•         Van de storende factoren spelen de tandheelkundige materialen zonder meer de hoofdrol.
           Zonder enige kennis van zaken van de chemische en metallurgische verwerking van dentale
           materialen is deze problematiek moeilijk te begrijpen.

•       1.1 Tandheelkundige materialen en de algemene geneeskunde

•        Als boventitel had er ook kunnen staan: "Een droevig hoofdstuk binnen de
          geneeskunde/tandheelkunde. Nog altijd is het in algemeen bekend of wordt uitdrukkelijk ontkend,
          welke hiärchische rol storende tandheelkundige materialen in het ontstaan van ziekten kunnen spelen.
          Bedenk maar de voors en tegens in de discussie over het gebruik van amalgaam in het gebit. De
          kuststoffen, misschien nog problematischer dan amalgaam, en ook de goudlegeringen,die niet zo
          edel blijken te zijn ,zoals men vaneen goudlegering zou verwachten,is een feit, dat iedere tandarts
          d.m.v. een energetische test kan controleren. In "Das Dentale Vademecum " wordt over honderden
          pagina's geen enkele keer gesproken over de verdraagzaamheid van tandheelkundige materialen. De
          vraag is gerechtvaardigd hoelang de Tandheelkunde zich nog kan permitteren om geen kennis te
          nemen van deze feiten. In de jaren 80 was de Duitse Internist Ingrid Fonk al een roepende in de
          woestijn. Er volgde verscheidene publicaties:

•        -Ziekten door tandheelkundige materialen gezien van uit een niet-tandheelkundige
           vakspecialisatie.
•       -Gebitssanering - een gezondheidsrisico?
•       -Biocompabiliteit van tandheelkundige materialen - een gezondheidsrisico?
•       -Tandheelkundige materialen in de humane geneeskunde: Natuurwetenschappelijke aspecten.
•        Dit thema was toentertijd te nieuw, te ongewoon en uit het aspect van de tandarts eerder een
          verzwaring van hun taak. Zij waren en zijn gewend, werkstoffen naar hun verwerkbaarheid en
          houdbaarheid te beoordelen. Het instrumentarium ter beoordeling van gezondheidsrisico's voor
         de patiënt ontbreekt hen, zonder dat ze dat betreuren.

•      1.2 Nosologische betekenis van tandheelkundige materialen

•      1.3 Gebit een onderdeel van het Grondregulatiesysteem


•        De problematiek van de tandheelkundige materialen is afhankelijk van de definiëring van de
         gebitsfunctie. Deze is zeer eenvoudig: Het gebit voor niets anders dan en werktuig voor de
         voedselopname. Relaties met andere lichaamsfunctie zijn er niet. De materialen voor de reparatie
         van het gebit kunnen geselecteerd worden op basis van praktische, financiële en cosmetische
         criteria, zonder rekening te houden met eventuele nadelige eigenschappen. Bij een holistische
         benadering kan deze kijk alleen verkeerd zijn. Er bestaat een duidelijke wisselwerking tussen het
         gebit en het totale organisme, d.h. gebit en grondregulatiesysteem- bv immuunsysteem vormen een
         functionele eenheid. Een duidelijk argument hiervoor ligt in de embryonale ontwikkeling.
         Afgezien van het tandglazuur ontwikkelt het gebit zich - zoals het grondregulatiesysteem- b.v.
         immuunsysteem- uit het mesoderm b.v. het mesemchym. Daartoe behoort niet alleen het gebit,
         maar ook de alveole/tandkas. Daarom behoort de tandpulpa tot een uitloper van het
         grondregulatiesysteem. Daar het grondregulatiesysteem om de problematiek van de
         tandh.werkstoffen te begrijpen, bepalend is, volgt een uiteenzetting van dit systeem.

1.     GRS in steekwoorden
       
Het totale oppervlakte van het GRS bedraagt 6000 qm. Het doorloopt het totale lichaam, van kop tot
          teen. Het is het enige lichaamsweefsel en het enige orgaansysteem wat met alle organen en cellen
          contact heeft.

        b. Histologisch bestaat het GRS uit:
      
- reticulumcellen, de moedercellen voor alle variaties van immuunspecifieke cellen
         -bloed- en lymfvat-capillairen
         -vegetatieve zenuwuiteinden
         -extracellulaire weefselvloeistof met een totale hoeveelheid van 16-19 liter. Deze 19 liter is een
          fijnmazig net van polypeptiden en polysachariden als een colloid gebonden. In deze vloeistof wordt
          eigenlijk bepaald of men ziek wordt of niet. De weerstand tegen microben, toxinen en radicalen.

•         Tot de extracellulaire vloeistof behoort ook de dentineliquor, die in de pulpa (=zenuw) gevormd wordt
           en met een druk van 20-30 nm/Hg in de dentinetubulie gepomt wordt. De hoeveelheid dentineliqour
           bedraagt een vierde deel (=25%) van het totale dentine-volume, wat weer in verbinding staat met
           totale lymfe-volume in het gehele lichaam . Samenvattend heeft dit een logische conclusie tot gevolg:
           iedere ingreep in het gebit is tevens een ingreep in het grongregulatiesysteem ( immuunsysteem

•       1.4 Werkstoffen database
           De verschillende hoeveelheid aan tandheelkundige materialen is overweldigend. Vooral als men
           het boek “Das Dental Vademecum” van 1989 vergelijkt met die van 2009. Dit Vademecum is in
           de loop van die tijd twee maal zo dik geworden. afweer).

•       2. Lichaamsvreemde Tandheelkundige materialen

•       3. Metalen

•       a. Edel-en Niet-edelmetalen

          De problematiek van metalen en hun legeringen wordt duidelijker, als men zich bedient van
          natuurkundige grootheden. Metalen en hun legeringen bestaan uit een gedefinieerde raster van
          atoomkernen, omgeven door hun electronenschalen. De schalen liggen zo dicht bij elkaar, dat
          electronen probleemloos van de ene schaal naar de andere kunnen over stappen. Dat betekent: Zij
          vormen een electronen-wolk met een eigen trilligsfrequentie.Hoe hoger de trillingsfrequentie is, hoe
          onedeler het metaal. Door inwerking van warmte, druk, zuren en electromagnetische velden etc. kan
          de trillingsfrequentie verhoogd worden, zodat er ionen ontstaan. Alleen al een verandering van ruimte
          en lichaamstemperatuur veroorzaakt een frequentie verhoging van c.a. 25 %. De uit het atomenraster
          opgeloste ionen worden door dentine/pulpa/tandkas als onderdeel van het immuunsysteem,
          geneutraliseerd of als pathogeen gezien. Of dit zich als een systhemische belasting ontwikkelt, is
          afhankelijk van de individuele immunologische afweercapaciteit. Hier ligt tevens het grote probleem
          bij toxicologische onderzoekingen, die op kwantitatieve criteria ingesteld zijn- waarbij een effect
          op de lange termijn van stoffen niet meer of minder onvermeld blijft.
 

  Up

         Door middel van de EAV, met name de IST, heb ik geleerd, een veelvuldige
        metaalbelasting mogelijk is.

          Met behulp van het ionengas-model is het duidelijk, waarom zonder twijfel ieder afzonderlijke
          metaalcomponent een immunologische storende factor kan zijn, waarbij de onedele component
          als eerste storend is. Het gaat hierbij niet tendentieuze meningen , maar uit uit de corrosie
          onderzoekingen van Wirz wel degelijk dit probleem. Wirz komt tot de conclusie dat koper, nikkel,
          gallium ( met een aandeel van 2-4 % ) en in het bijzonder indium ( met een aandeel van 2-10% )
          verantwoordelijk zijn voor de corrosie van edelmetaallegeringen.

•       b. Amalgaam
         Amalgaam bestaat in de regel uit een mengsel van 4 metalen: kwikzilver, tin, zink en zilver- vroeger ook
         veelvuldig koper. Er zijn ook amalgamen die hoofdzakelijk antimoon, indium, palladium en/of
         zirconium bevatten.

         Door middel van de methode IST (= een vorm van EAV) kan men vaststellen ,dat patiënten met een
         amalgaam-onverdraagzaamheid, ook op palladium negatief reageren. In ieder geval moet men daar
         op bedacht zijn,dat bij de gebitssanering geen palladiumhoudende legeringen worden gebruikt.

         Voor de homeopaten: Onder de patiënten met amalgaaam-gevoeligheid wordt veelvuldig het
         constitutiemiddel Mercurius gevonden.

•       4. Kunststoffen

          a. Kunststoffen- een chemisch product
          De door amalgaam jarenlange beheerste rol onder de vulmaterialen, is inmiddels volledig
          overgenomen door de kunststoffen. In tegenstelling tot de samenstelling van amalgaam gaat het bij
          kunststof over een chemisch product, bestaande uit vele verschillende bestanddelen met onduidelijke
          eigenschappen. De kunststoffen zijn zonder enige kennis van zaken niet te begrijpen.
          Fonk beperkt zich in haar boek tot een kunststofgroep, die een optimale oplossing biedt , die allen op
          basis van de IST-test als goed verdraagzaam test. Het gaat om de lichtuithardende Hybridecomposiet.
          Het hoofdprobleem van een kunststofvulling ligt in de moeilijkheid, om een vaste, duurzame
          verbinding aan te gaan tussen het hydrofobe vulmateriaal en het hydrophiele dentine.
          Dit probleem werd door de ontwikkeling van de adhaesiefsystemen, de zogenaamde
          bondingsystgemen opgelost.

          b. Principe van een kunststofvullig
          Het principe van een kunststofvulling is, de vrijgeprepareerde dentine af te sluiten van de dentine-
          vloeistof b.v. te overkappen, zodat een verzegeling ontstaant van dit dentine. Tegelijk is het
          bevorderlijk, dat deze oppervlakte van deze verzegelings radicalen, d.h. reactieve
          methylacrylaatgroepen vast gezet worden, om het composiet of composietcement te
          copolymeriseren, zodat er een stabiele verbinding tussen de bonding en de vulling kan ontstaan.

         De opbouw van een composietvulling verloopt in 3 stappen:
          - conditionering van de preparatie, d.m.v. zuur (= etsen)
           -verzegeling van het vitale dentine d.m.v primer, adhaesief/ bonding
          - chemische verbinding tussen de bonding en vulmateriaal

         c. Adhaesiefsystemen
          - Conditioner:
         Met behulp van conditoners ( etsen) wordt het dentine-oppervlakte gereinigd en voor een chemische
         wondafsluiting voorbereid. De conditioner lost de smeerlaag op, de smeerlaag blijft na het boren
         achter op het dentine-oppervlakte. Conditioner demineraliseert, modificeert en leggen zowel de
         dentine-tubuli als de oppervlakkige collageen-netwek van het dentine vrij.

        - Primer
         De primer is de eerste van de verzegeling. Het bestaat hoofdzakelijk uit een laag visceuse
         hydrophiele methacrylaatmonomeren. Het gaat overwegend over de zogenaamde HEMA-groep,
         waar later nog op terug wordt gekomen. Zij dringen in de door de conditioner geopende dentinde-
         kanaaltjes. Belangrijk is dat de geopende dentine-kanaaltjes niet collaberen, waardoor kleefkracht
         aan het vitale dentine niet in gevaar komt.

       - Adhesief/bonding
         Hierna volgt het adhaesief, die met hydophiele primer en hydrofobe eigenschappen de verbinding
         verzorgd tussen de hoofdzakelijke hydrophyle bonding en hydrofobe vulmateriaal. Het hydrofyle deel
         copolymeriseert met de primer, d.h. bevestiging en versterking aan de hetdentineverzegeling. Het
         hydrofobe reactiegroep van het adhaesiefmethyacrylaat vormen een verzegelingsoppervlakte een
         dicht netwerk van vrije radicalen. Deze vrije radicalen copolymeriseren met de hydrofobe
         polymerenmengsel van het composiet of composietcement.

         De hoeveelheid benodigde chemische stoffen voor als deze reacties, is na vele jaren bekend.
         Lutz e.a. heeft de afzonderlijke werstoffen nauwkeurig geanaliseerd en in tabelvorm weergegeven.

        conditioner:
        Het gaat om 30-38% Fosforzuur, afhankelijk van de samenstelling om een mengsel van an- en
        organische zuren, metaalzouten, aminozuren en chelatoren.

        Zelfetsende primer:
        d. Kunststofvulmaterialen
        • Werkstoffen
        • Tandheelkundige materialen en de actuele discussie
        • Kliniek onverdraagzame materialen
        • Gebits-sanering

       2. Phtalaat:
      
Dibutylphtalaat ( DBP):
        Naast BPA is ook DBP als weekmaker in nagenoeg alle plastische materialen. Ook DBP heeft
        toxische eigenschappen. Die vanaf eind jaren 80 met electrofysikalische testmethoden zoals IST-
        diagnostiek bekend waren. Phalaat is een potentiële veroorzaker van allergieën, astma, kanker en
        embryoanale ontwikkelingsstoornissen zoals miskramen. In dieronderzoek bij ratten veranderde de
        testoteronspiegel, toename van onvruchtbaarheid, urogenitale afwijkingen, vooral bij de mannetjes
        dieren.

        Op grond van deze bevindingen heeft
       

 aan dit artikel wordt nog gewerkt

 

  Up

tandartsenpraktijk  -  tandheelkunde  -  mondhygiëne  -  bleken  -  (elektro-) acupunctuur  -  bodyscan  -  homeopathie  -  orthomoleculair
literatuur  -  kwis  -  praktijkinformatie  -  fa-med  -  adres  -  links

 
Terug tandheelkunde