Terug orthodontie
BEUGELS EN NIKKEL-ALLERGIE
Biocompabiliteit in de orthodontie


J. de Liefde, tandarts
n.a.v. een artikel van

Jacob Wirz, Prof. Dr. med  dent.

Mundbestandigheit von kiefer orthopadischen Apparaturen und Geraten

Quintessenz 48, 4, 545-554 (1997)

Inleiding:

Bij het vervaardigen van gegoten restauraties maakt de reguliere restauratieve tandheelkunde voor volwassenen heden ten dagen gebruik van gegoten restauraties, die van uit hun invalshoek in de regel van biocompatiebile materialen zijn gemaakt. Zij beroept zich er op over een zekerde kennis te bezitten, welke materialen en legeringen onder inachtneming van strenge ethistische criteria voor vastzittende en uitneembare restauraties naar de huidige stand van wetenschap risicoloos kan toepassen.

Het zijn n.l.deze 3 legeringstypen: - hoogwaardig edelmetaallegeringen
- kobalt- legeringen
- inplantaatmetalen en hun legeringen

Anders is het gesteld met in de orthodontische toegepaste materialen  en metalen, die merendeels uit zogenaamd roestvrijstaal bestaan, zoals
       -  V2A-Staal: bevat hoofdzakelijk Fe, Cr,Ni en Si
       - V4A-Staal: bevat hoofdzakelijk Fe,Ni,Mo, Cr en Si
De in de orthodontie gebruikte brackets, veren, schroeven etc worden helaas nog in het algemeen van een van deze materialen vervaardigd. Tegenwoordig weet men dat deze staalsoorten niet meer aan de huidige corrosie-eisen in de mond  kunnen voldoen.
Dat zij verder allen nikkel bevatten, dat reeds bij de geringste corrosie vrij komt en zeer hoog toxisch is, zijn lokaaltoxische reacties op sporen van nikkel  reeds gedurende de behandeling mogelijk, en is een jaren later optredende allergie niet ondenkbaar.

De voor de prothetische tandheelkunde geldende richtlijnen voor toepassing van brioverdraagzame materialen moeten ook minstens voor de orthodontie mede in hun volle omgang van toepassing zijn. De hoge en nog steeds toenemende aantal van nikkelallergieën, in het bijzonder bij vrouwen en het hoge aantal orthodontische behandelingen bij de tegenwoordige jeugd, verlangt dat aan briocompatibiliteit van  in de orthodontie gebruikte materialen meer aandacht moet worden  geschonken. Het idee, dat orthodontische materialen slechts voor een beperkte tijd in de mond aanwezig zijn, moet in de tijd van de biologische tandheelkunde niet meer als excuus worden gebruikt. Eerdere tekenen van onvoldoende corrosiebestendigheid van orthodontische materialen zijn meestal ontkent en gebagatelliseerd.

Met deze bijdrage van Wirz zal worden gepoogd worden, aan de hand van experimenteel In vitro en In-vivo onderzoek de corrosiebestendigheid van de door de handel aangeboden orthodontische materialen op de proef te stellen  en d.m.v. de  In-vivo resultaten de gevonden metaalsporen in het speeksel van jeugdige proefpersonen te vergelijken met en zonder orthodontische apparatuur. Verder werd onderzocht, hoe het speeksel na 6 maanden dragen van een orthodontische beugel met metaalsporen is belast,  vooral met toxisch nikkel-ionen.

Materiaal en Methoden: Up

In-vitro onderzoek:

Bij het In-vitro corrosie- onderzoek werden in totaal een 9-voud van 18 verschillende onderdelen van ortodontische apparaturen (brackets, ankers, banden,draden, ligaturen en schroeven)  van de volgende metaal soorten: V2A en V4A staal en een Ti-Ni legering in het kader van de corrosie-test in 3 verschillende media gezet.
V2A staal bestond uit: Fe, Cr, Ni en Si
V4A staal bestond uit: Fe, Cr, Ni, Mo en Si
TiNi- legering bestond uit: Ti en Ni

Al deze orthodontische onderdelen werden gedurende 100 dagen in de volgende media geplaatst: - 10% FeCl 3-oplossing
       - 0,9 % NaCl-oplossing
       - kunstspeeksel
Alle geteste materialen werden gedurende 100 dagen aan de bovengenoende media blootgesteld, met een temperatuur wisseling van 15 min.-5 gr.C/ 15 min.55 gr.C.
Het opgeloste Nikkel in de vorm van electrolyten werd met de AAS-Analyse kwalitatief en kwantatief bepaald.

Bij het In-Vivo onderzoek waren in totaal 53 proefpersonen betrokken.
Daarvan waren 20 controlepersonen, zonder orthodontische apparatuur en waren cariësvrij, 15 proefpersonen hadden vaste orthodontische apparatuur en 17 proef-personen hadden een uitneembare beugel. Bij alle proefpersonen werden voor en othodontische behandelingen  een half jaar na de orthodontische behandeling 5 ml ochtend-speeksel (nuchter) afgenomen en in 1 ml HN03 opgelost. De kwantitatieve en kwalitatieve bepaling van het nikkelgehalte in het speeksel werden bepaald met de AAS-analyse.
Verder werden er een groter aantal brackets, die gedurende een periode van 2 jaar bij orthodontische patiënten in onder en of bovenkaak gefunctioneerd hadden, op corrosiebestendigheid onderzocht.

Resultaten: Up

In-vitro:
In de FeCl3-oplossing waren bij alle onderzochte onderdelen een duidelijk corrosie aanwezig, die bij het V2A staal het geringste en bij TiNi-draad het sterkste uitviel. Het opgeloste Ni-gehalte lag minstens op 50 ug/ml per onderdeel.
Bij de NaCl -oplossing en in kunstspeeksel konden bij sommige onderdelen geen nikkel boven de grenswaarde ontdekt worden. Bij sommige onderdelen werd de corrosie ook beïnvloedt door productie fouten van de geteste orthodontische materialen.


In-Vivo resultaten:


De gemeten nikkelwaarde in het speeksel bij de controlegroep toonde grote individuele concentratie zwenkingen ( van 0,1 tot 28 ug/l). Bij 6 proefpersonen was het Ni-gehalte onder de grenswaarde.
Voedingsfactoren en nikkelhoudend  eetbestek kunnen de speekselwaarde sterk beïnvloeden.
Bij de groep van orthodontische patiënten was na een half jaar  in vergelijk met de controlegroep een verhoging van de nikkelconcentratie in het speeksel vastgesteld.
Bij de patiënten met uitneembare apparatuur was  dezelfde tendens waarneembaar. De gedragen brackets alle bestaande uit het V2A-staal toonden een algemeen massieve corrosie. Waarbij de brackets in de onderkaak, op grond van meer blootstelling aan speeksel, meer corrosie vertoonden dan die in de bovenkaak zaten.

Discussie en Conclusie: Up

De door de handel aangeboden orthodontische apparatuur en materialen bestaan over-wegend uit roestvrij nikkelhoudend staal. Wat de resultaten uit de In-Vivo en In-Vitrotesten duidelijk aantonen, beschikken vernikkelde legeringen in de mondholte een te geringe corrosie resistentie, zodat daar uit een aanzienlijk aandeel aan toxische nikkelionen vrijkomen. Het speeksel van jeugdige patiënten met orthodontische apparatuur toont  integenstelling tot de controle groep zonder apparatuur en cariësvrij, een verhoogde Ni-spiegel in het speeksel. Gedurende de orthodontische behandeling stijgt het nikkelgehalte in het speeksel in dien mate, dat het vergelijkbaar is met jonge volwassene zonder metalen in de mond.
Als voor de restauratieve behandeling van volwassenen heden ten dage zeer hoge eisen aan de keuze en verwerking van metalen  worden gesteld, zo moeten deze dan tevens van toepassing zijn op orthodontische behandelingen bij kinderen, zoniet moeten daaraan nog strengere eisen worden gesteld. Hoewel bij orthodontische behandelingen in de regel weinig allergieën aangetroffen worden, bestaat toch de mogelijkheid dat na een orthodontische behandeling pas een jaar later een optredend nikkel allergie geïnitieerd wordt. Het moet ook vermoed worden, hoewel er meer wetenschappelijke verantwoording voor nodig is, dat  de enorme procentuele toename van nikkelallergie, gedurende het laatste decennium, niet alleen veroorzaakt wordt door o.a. sieraden, gespen van riemen, geld, eetbestek,  en andere huishoudelijke voorwerpen, maar ook de ortodontische apparatuur bij jeugdigen, die eveneens sterk is toegenomen, mede verantwoordelijk  is.

De jongste tak van de Dental-industrie, zal ook aan de biocompatiteit van orthodontische apparatuur meer aandacht moeten besteden, hetgeen zeer begroet zal worden. Zo zijn tenwoordig brackets, labo-bogen schroeven van titanium ,Titanium-legeringen en van nikkelvrijestaal verkrijgbaar, waardoor men het aantal allergische stoffen in de orthodontie wezenlijk  kan beperken.

Het is de laatste jaren zeer gebruikelijk, dat na een orthodontische behandeling in het bovenfront en of in het onderfront voor een langdurige retentie een draad wordt gefixeerd d.m.v. een composiet materiaal. Deze  fixatie-draden zijn uiteraard een voortdurende bron van Ni-ionen.Om een sensibilisatie te voorkomen is het zeer raadzaam om geen metalen draad daarvoor te gebruiken, maar een van kunststof ( of een edel-metaal). De firma Dermacon heeft hiervoor een zeer goed alternatief in zijn assortiment, n.l. een spalkmateriaal van een nylonsoort, die goed meet met EAV. Het goed en duurzaam aanbrengen vergt enige ervaring en handigheid, maar is op de lange termijn een zeer goede oplossing.


EAV-patiente:

Patiënte (13-5-71), vanaf 17-jaar last van allergieën , begonnen bij
  -navel
- daarna polsen, vingers en handrug
- binnenkant elleboog
Allergie-test ( dermatoloog): Nikkel allergie

Gebit: op 16-jarige leeftijd orthodontische correctie

EAV: toxische belasting van: sin.frontalis, tons. tubaria, tons. lingualis, gl. supraren, appendix,
          sigmoid

Toxinen: o.a. Nikkel in de bovengenoemde organen

Materia Medica

Klachten van Niccolum:
o.a. Bijholte-, keelontstekingen, longklachten, astma, eczeem: polsen, onderarmen, pancreasaandoeningen, diarree

(uit: Homeopathie en de Elementen van Jan Scholten)
litt.: op navraag

 

  Up

tandartsenpraktijk  -  tandheelkunde  -  mondhygiëne  -  bleken  -  (elektro-) acupunctuur  -  bodyscan  -  homeopathie  -  orthomoleculair
literatuur  -  kwis  -  praktijkinformatie  -  fa-med  -  adres  -  links

 
 
Terug orthodontie